Met ruim tachtig leden en een ambitie van meer dan honderd betaalbare woningen is de wooncoöperatie een van de grotere zelfbouwprojecten van Nederland.

In Almere groeit al jaren een bijzonder initiatief: Vereniging WoonCoöp De BinnenHaven. Met ruim tachtig leden en een ambitie van meer dan honderd betaalbare woningen is de wooncoöperatie een van de grotere zelfbouwprojecten van Nederland. Het initiatief bestaat inmiddels al 8 jaar en heeft de nodige hobbels moeten nemen, waarbij volhouden, samenwerken en goede voorbereiding steeds opnieuw het verschil maken.
Vanaf het begin was duidelijk dat De BinnenHaven een gemengde, inclusieve gemeenschap wilde bouwen. Jong, oud, alleenstaanden, gezinnen en mensen met een beperking: iedereen moest een plek kunnen vinden in dit nieuwe wooninitiatief. Zoals penningmeester Ko Donk het verwoordt: “Onze groep bestaat letterlijk van achttien tot eenennegentig. Dat maakt het juist zo leuk. Je hebt echt een afspiegeling van de samenleving.”
Die visie komt voort uit het oorspronkelijke idee van architect Peter van Assche, die met een modern hofjesontwerp voor gemeenschappelijk wonen een prijsvraag won. “Het hofjesidee is door de eeuwen heen overeind gebleven,” vertelt Ko. “Dat voelt veilig en gemeenschappelijk. Dat was voor ons hét uitgangspunt.”
Wie vandaag begint aan een wooncoöperatie of collectief woningbouwproject, komt al snel in gesprek met gemeenten. Maar zeven à acht jaar geleden was deze woonvorm nog vrijwel onbekend, vertelt secretaris Hans van Bragt. “Een gemeente wist precies hoe het werkt met een projectontwikkelaar of een woningcorporatie. Maar een bewonersgroep? Dat was echt nieuw.”
De eerste gesprekken liepen dan ook stroef. Verschillende gemeentelijke afdelingen waren voorzichtig en onzeker. “Ze kennen het fenomeen niet, dus ze zeggen: ‘we hebben geen beleid, we kunnen hier niks mee’,” aldus Hans. Iets wat ook vandaag nog een herkenbare uitdaging is voor veel startende CPO- en wooncoöperatie-initiatieven die een stuk grond proberen te vinden.
De eerstvolgende stap voor De BinnenHaven was daarom de politiek overtuigen. “Je hebt draagkracht nodig,” zegt Hans. “Zonder steun van de gemeenteraad gaat het ambtelijk apparaat niet bewegen.”

De groep had vanaf het begin een helder plan—iets wat cruciaal is in de wereld van collectieve woningbouw. Niet alleen een droom, maar een uitgewerkt concept. “Je moet weten wat je van plan bent: hoeveel woningen, welke typen, wat het sociaal plan is,” legt Hans uit.
Daarnaast zat er veel kennis in en rondom de groep: ervaring met bouwen, besturen, politiek, financiën en groepsprocessen. Dat gaf vertrouwen bij de gemeente en andere partners.
Maar misschien wel het belangrijkste was hun doorzettingsvermogen. “Je moet een lange adem hebben,” zegt Ko. “Als je na drie maanden denkt: ik ga wat anders doen, dan komt er nooit een gebouw.”
De BinnenHaven ontdekte dat je bij de gemeente niet één gesprek voert, maar tientallen. Soms liep het soepel, soms helemaal niet. Afdelingen hadden verschillende ideeën: gebiedsontwikkeling, welstand, onderwijs, sociale zaken - iedereen keek mee. Soms met onverwachte vragen, zoals: hoeveel kinderen komen er wonen, en past dat bij de scholen in de buurt?
Steeds opnieuw uitleggen, onderbouwen en bijsturen had effect. Ambtenaren die eerst terughoudend waren, begonnen gaandeweg enthousiast mee te denken. Ko: “We zijn positief over de gemeente. We doen het echt samen.”
Naarmate het initiatief steviger stond, werd de samenwerking beter. Met de gemeente werkte De BinnenHaven aan een belangrijke mijlpaal: een samenwerkingsovereenkomst waarin precies werd vastgelegd welke stappen nodig waren om tot grondaankoop te komen.
Ko vertelt: “We wilden precies op papier hebben welke stappen we allemaal moesten doorlopen om uiteindelijk die grond te kunnen kopen.”
Soms zaten er nog verrassingen in het proces. Zoals een opmerking over netcongestie: “Er stond ineens: ‘dat moeten jullie oplossen’. Maar wij zeiden: nee, dat gaan we samen oplossen.”
Met als resultaat dat de gemeente en coöperatie gezamenlijk onderzoek deden, waarbij de gemeente de kosten voor het onderzoek betaalde.

Hoewel het winnende ontwerp niet automatisch grond opleverde, kwam de ideale plek later alsnog in beeld. Niet doordat iemand dit aanbood, maar doordat De BinnenHaven bleef meedenken met de gemeente over geschikte locaties. Dat is een belangrijke tip voor iedereen die zich afvraagt: hoe vind ik grond voor een zelfbouwproject?
Hans: “Veel gemeenten met zelfbouwbeleid zeggen nu: je kunt die plek gebruiken en dit kan er gebouwd worden. Maar zo was het destijds in Almere helemaal niet.”
Door steeds opnieuw plannen te tekenen, varianten te onderzoeken en te luisteren naar stedenbouw en omwonenden ontstond uiteindelijk een haalbare opzet.
Onlangs volgde een grote stap: het ontwikkel- en financieringsplan werd goedgekeurd door het college. “Voor ons betekent dat: we kunnen door,” zegt Ko.
Met meer dan tachtig leden is structuur essentieel. De BinnenHaven werkt daarom met een groot bestuur van acht mensen en een kleiner dagelijks bestuur. “Je hebt echt die acht mensen nodig voor je bestuur,” zegt Hans. “Er moeten stukken komen voor de gemeente, voor banken, voor financiers… dat red je niet met drie mensen.”
Nieuwe leden gaan langs een welkomstcommissie. “Als iemand zegt: ik wil alleen huren en verder niks doen, dan past dat niet,” zegt Hans. Ze bouwen samen, dus iedereen draagt iets bij.
De BinnenHaven deelt hun verhaal graag zodat andere initiatieven sneller stappen kunnen zetten. Hun belangrijkste lessen:
Beeld: schetsontwerpen aangeleverd door Vereniging WoonCoöp De BinnenHaven